Geef leraren ruimte en tijd om naar de kern te gaan
Meer focus op vakdidactiek in scholen en lerarenopleidingen
Als Vereniging van Leraars in de Wetenschappen vangen we een aantal bezorgdheden bij leerkrachten op. Om deze bezorgdheden zo concreet mogelijk te definiëren, hebben we een enquête uitgevoerd op het afgelopen Vlaams Congres voor Leraars Wetenschappen. Deze enquête gebruiken we in onze vereniging als startpunt voor een kleine reflectie over de huidige toestand van ons onderwijs. Uit de enquête blijkt dat het merendeel van de 69 deelnemende leerkrachten wetenschappen uit het secundair onderwijs vindt dat:
- er voldoende minimumdoelen zijn;
- de ‘vrije’ ruimte buiten de minimumdoelen onvoldoende is: leerkrachten ervaren dat
te veel van de huidige onderwijstijd (90-100%) naar voorgeschreven doelen gaat; - slechts 70% van de onderwijstijd naar voorgeschreven doelen zou mogen gaan;
- in de leerplannen de vrijheid nog beperkter is.
Uit deze enquête blijkt dus dat leerkrachten meer vrijheid wensen. Ze ervaren dat haast de volledige onderwijstijd vastgelegd is, terwijl ze vinden dat ten minste 30% van het curriculum vrij ingevuld moet worden.
Het geven van voldoende vrijheid aan leerkrachten sluit aan bij het arrest van het Grondwettelijk Hof, waarin werd geoordeeld dat de overheid bij de vorige minimumdoelen een te grote impact had op het onderwijs en specifiek op de onderwijstijd. Volgens dit Hof kwam daardoor de vrijheid van onderwijs in de verdrukking. Het arrest sprak ook van een minimum van 30% vrijheid in de invulling van het curriculum.
Waarom geven wij die vrijheid niet? Vertrouwen we onze leerkrachten niet?
Er zijn ook fundamentele redenen waarom een te groot beslag op de inhoud van onderwijs niet wenselijk is en mogelijk nefast voor de toekomst van onze jongeren. Veel succesvolle bedrijven weten maar al te goed dat creativiteit en oplossingsgerichte inzichten niet bevorderd worden door alles in regels van bovenaf op te leggen. Waarom doen we dat dan wel in het Vlaamse onderwijs?
Bovendien helpt een te groot overheidsbeslag op de invulling van het lerarenberoep ook al niet om meer jongeren te motiveren om voor het lerarenberoep te kiezen: mogen onze jonge leerkrachten zelf nog creatief invulling geven aan het onderwijs, of hebben alleen de gevestigde instanties de waarheid in pacht betreft het gewenste curriculum? Leerkrachten worden gedegradeerd tot uitvoerders. Dat het anders kan, blijkt uit een aantal curriculumdocumenten van de ‘Licei’ in Italië, wat je kan vergelijken met onze 2 de en 3de graad. Men spreekt in deze overheidsdocumenten expliciet over ‘la libertà, la competenza e la sensibilità dell’ insegnante’ – de vrijheid, de deskundigheid en de ‘feeling’ of fijngevoeligheid van de leraar.
Volgens Worth & Van den Brande (2020, p.4) is de arbeidstevredenheid van leraren sterk gelinkt met autonomie:
“Teacher autonomy is strongly associated with improved job satisfaction and a greater intention to stay in teaching.”
De arbeidstevredenheid van goede leraren is cruciaal voor de onderwijskwaliteit. Men kan allerlei maatregelen van bovenaf opleggen met als doel het onderwijs te versterken, maar uiteindelijk is het toch de leraar die het grote verschil maakt. Dit blijkt ook uit volgende twee citaten:
“The common denominator in school improvement and student success is the teacher.
(Stronge et al., 2011, p. 351).
“Providing quality education means that we should invest in higher standards for all children, improved curricula, tests to measure student achievement, safe schools, and increased use of technology—but the most critical investment we can make is in well-qualified, caring, and committed teachers” (Riley, 1998, p. 18).
Nu, we betwisten niet dat de overheid een aantal minimumdoelen mag en kan opleggen aan het onderwijs. De vraag die wij hier stellen is: hoever kan men gaan?
Het lijkt ons de taak van de overheid om het kader te scheppen voor de ‘schilder’ maar laat de schilder zelf bepalen wat er geschilderd wordt. In lijn met de bevindingen van onze bevraging en met bovenstaande inzichten vanuit literatuur, stellen we de volgende aanbevelingen voor:
- leraar zijn is een mooi beroep. Heb vertrouwen in leraren en geef uw leraren ruimte en tijd om met de kern bezig te zijn: het lesgeven zelf. Doe dit door ervoor te zorgen dat de middelen naar leraren voor de klas en vakdidactische ondersteuning gaan in plaats van naar algemene pedagogische kaders. Vaak leiden deze laatsten niet tot de gewenste ondersteuning van de leraren, maar eerder tot meer administratieve last. Dit leidt af van hun kerntaak.
- een leraar mag en kan zich verdiepen in een vak. Van daaruit kunnen verbanden gelegd worden met andere vakken.
- een sterke vakdidactische opleiding van leraren is cruciaal. Vlaanderen, investeer in uw lerarenopleidingen! Zorg dat de middelen gaan naar lerarenopleiders die actief lesgeven en studenten begeleiden en niet naar kaders en middenkaders. De middelen die aan de kaders besteed worden, kunnen beter ingezet worden in de professionalisering en navorming van leraren zowel intern als in samenwerking met lerarenopleiders, onderzoekers, bedrijven…
- leraren vragen meer vrije ruimte buiten de minimumdoelen zodat ze niet enkel uitvoerders zijn, maar ook ruimte hebben om zelf creatieve en nieuwe dingen te implementeren.
- de minimumdoelen waren oorspronkelijk bedoeld als een kwaliteitskader voor onderwijs. Doordat het realiseren ervan nu haast de volledige onderwijstijd opeist, lijken ze getransformeerd naar een van boven opgelegd Vlaams nationaal curriculum.
- om een ondernemend en geëngageerd systeem te krijgen in onderwijs dient men niet zozeer steeds maar nieuwe eisen en doelen op te leggen. Er moet gewerkt worden aan een Onderzoeks- & Ontwikkelingsdynamiek in het onderwijs waarin onderzoeksgroepen van lerarenopleidingen samenwerken met scholen, leraren en lerarenverenigingen. Dit stimuleert een creatieve en zinvolle invulling van het curriculum met sterke vakdidactieken en methodieken. Maak het bv. mogelijk dat lerarenopleidingen een ‘leraar in onderzoek’ kunnen nemen die deeltijds lesgeeft en deeltijds vakdidactisch onderzoek doet aan universiteit of hogeschool (cfr. Nederland waar leraren zo ook een vakdidactisch doctoraat kunnen halen).
- effectieve pedagogische strategieën (zie Toolkit Leerpunt) zijn waardevol maar volstaan niet. Een effectieve praktijk zoals bv. ‘metacognitie’ – dat 8 maanden leerwinst belooft- dient nog altijd vertaald te worden naar een specifieke vakdidactiek die de leraar in de klas hanteert: hoe moet de leraar wiskunde ‘modelling’ toepassen in wiskunde, hoe pas je dat toe bij praktisch werk?… enz. Maak middelen vrij om deze vertaalslag te maken en dit tot bij de leerkrachten te laten komen. Voorzie middelen voor vakdidactische navormingen of samenwerkingen tussen lerarenopleidingen en scholen.
In ‘Brief aan de Beginnende Leraar’ vat Meirieu zijn ideeën samen in zeven brieven aan jonge leraren. Hij maakt duidelijk dat een pedagogische benadering van het onderwijs moeilijker wordt, voornamelijk door de aanname dat er meetbaar rendement moet zijn, terwijl pedagogische ontmoetingen en relaties ontsnappen aan meetbaarheid.
Prof. Em. Roger Standaert n.a.v. de Nederlandse vertaling van het boek van Meirieu (2005)
‘Brief aan de beginnende leraar’
Referenties
Ardui, J., De Cock, M., Frans, R., Hinnekint, K., Reybrouck, M., Schrooten, E., … & Vyvey, K. (2011). Inspiratiegids voor een kwaliteitsvolle vakdidactiek.
Riley, R. W. (1998). Our teachers should be excellent, and they should look like America. Education and Urban Society, 31, 18-29.
Masschelein, J., & Simons, M. (2018). Education in times of fast learning: the future of the school. In Old and new generations in the 21st century (pp. 84-95). Routledge.
Meirieu, P., & Le Dû, M. C. (2005). Lettre à un jeune professeur. ESF éd..
Meirieu, P. (2025). Brief aan de beginnende leraar. Telos Uitgevers.
Stronge, J. H., Ward, T. J., & Grant, L. W. (2011). What makes good teachers good? A cross-case analysis of the connection between teacher effectiveness and student
achievement. Journal of teacher Education, 62(4), 339-355.
Vlieghe, J. (2024). Wat een leraar tot leraar maakt: Vorming, zaakgerichtheid en liefde voor de wereld. Lannoo Meulenhoff-Belgium.
Worth, J., & Van den Brande, J. (2020). Teacher Autonomy: How Does It Relate to Job Satisfaction and Retention?. National Foundation for Educational Research.
Ministero dell’istruzione, dell’università e della ricerca (2010). Indicazioni nazionali riguardanti gli obiettivi specifici di apprendimento concernenti le attività e gli insegnamenti compresi nei piani degli studi previsti per i percorsi liceali di cui all’articolo 10, comma 3, del decreto del Presidente della Repubblica 15 marzo 2010, n. 89, in relazione all’articolo 2, commi 1 e 3, del medesimo regolamento.